Transdiagnostische factoren. Wat is dat nu weer?

Claude Missiaen en Nele Stinckens


De meerwaarde van een transdiagnostische benadering


Het categoriseren van psychische en psychiatrische moeilijkheden en stoornissen heeft een lange geschiedenis. We kennen allemaal de diagnoses schizofrenie, borderline, persoonlijkheidsstoornis, psychose, depressie, middelenverslaving, angststoornis…. De ‘bijbel’ van deze psychiatrische diagnostiek is de Diagnostic and Statistical Manual (DSM), wordt uitgegeven door de American Psychiatric Association [APA] en is ondertussen reeds aan zijn vijfde editie toe.


In de praktijk blijken echter veel van deze categorieën overlappend te zijn en dus weinig accuraat. Zo kan een persoon die kampt met angsten onderliggend ook aan depressie lijden. Iemand die verslaafd is aan alcohol of andere drugs kan gekweld worden door een onverwerkt rouwproces. Onderzoekers en therapeuten moesten dus andere modellen gaan ontwikkelen om orde te scheppen in de complexe wereld van de psychische en psychiatrische ziektebeelden. Zo kwam de focus meer te liggen op de onderliggende gemeenschappelijke psychopathologische processen in plaats van op de verschillende uitingen daarvan, de zogenaamde transdiagnostische processen. Morris & Mansell (2018) benoemen deze factoren als “cognitive or behavioral processes that contribute to the maintenance of symptoms of psychological distress across a wide range of psychological disorders”. De bedoeling is dat deze beter begrepen ziektebeelden leiden naar een meer gedifferentieerd behandelaanbod met meer zorg op maat doordat cliënten niet meer vastgezet worden in één hokje.


In diverse onderzoeksgroepen wereldwijd wordt de laatste jaren ruim aandacht besteed aan deze transdiagnostische processen. Opvallend is de grote diversiteit in het definiëren van deze zogenaamde universele factoren. Sommige auteurs onderscheiden tien of meer factoren terwijl andere zich beperken tot twee of drie. Het lijkt in elk geval een complexe puzzel om het geheel van het menselijk (dys-)functioneren te kunnen vatten in al zijn aspecten: neurologisch, genetisch, gedragsmatig, cognitief, emotioneel, motivationeel, enz…


Een paar voorbeelden van deze transdiagnostische factoren of processen:

  • Het Negatieve Valentiesysteem is verantwoordelijk voor responsen van het individu in reactie op aversieve situaties (bijvoorbeeld: paniek, angst, bedreiging);

  • Het Positieve Valentiesysteem is verantwoordelijk voor responsen van het individu in reactie op positieve of belonende situaties (bijvoorbeeld: toenaderingsgedrag, leren op basis van beloning, gewoontegedrag).

Zo is Beloningsgevoeligheid (uit het positieve valentiesysteem) een transdiagnostisch mechanisme dat aan verslaving, maar bijvoorbeeld ook aan eetstoornissen (bulimia nervosa) of depressie (een gebrek aan beloningsgevoeligheid) ten grondslag kan liggen.


In de Engelstalige literatuur vinden we vaak de factoren Internaliseren en Externaliseren terug. Internaliseren blijkt een rol te spelen bij co-morbiditeit bij majeure depressie, gegeneraliseerde angststoornis, dysthymie, paniekstoornis, sociale en specifieke fobieën, posttraumatisch stress syndroom enz. Externaliseren is een belangrijke factor in de co-morbiditeit bij stoornissen rond middelengebruik, antisociale, gedrags-en impulsiviteitsgerelateerde stoornissen.



Een blended aanbod voor transdiagnostische processen


QIT online wil deze transdiagnostische, universele processen inzetten om een aanbod rond blended therapie uit te werken, een combinatie van face-to-face therapie en online zelfhulp. Zoals in een eerdere blog ook al aangehaald: "Blended hulp wordt het nieuwe normaal”.


We benaderen deze processen vooral vanuit een groei- en herstelgericht perspectief. Zo dragen we ons steentje bij aan het verbeteren van het mentaal welzijn.


Het project is een samenwerking van QIT, het softwarebedrijf Panenco en de afdeling Klinische Psychologie van de KU Leuven (o.l.v. Prof. Siebrecht Vanhooren). Het wordt ondersteund door de Provincie Vlaams Brabant (https://www.smarthubvlaamsbrabant.be).


Het project verloopt in 4 opeenvolgende fasen. Na het identificeren van een aantal transdiagnostische processen, die door cliënten en therapeuten als herkenbaar en relevant worden bevonden, zal een set procestaken worden weerhouden. Deze procestaken helpen cliënten om zelfstandig met de transdiagnostische processen aan de slag te gaan.


Op basis van een literatuurverkenning en eigen klinische ervaring hebben we zes transdiagnostische processen weerhouden, die we als volgt omschreven hebben:



Vormgeven aan mijn bestaan


Het is een opdracht voor ons allemaal, om onze existentie vorm te geven op een manier die ons doet voelen dat het leven de moeite waard is en zinvol is. Authentiek in het leven staan, de grote levensproblemen in de ogen durven kijken, bewuste keuzes maken, onze verantwoordelijkheid opnemen voor ons doen en laten... Het is een opdracht die soms zwaar kan wegen maar die aantoonbaar de levenskwaliteit en het subjectief welzijn verbetert. Het omgekeerde is ook waar: wie hier minder in investeert krijgt meer te maken met psychische klachten zoals zinvermindering (of helemaal geen zin meer hebben in het eigen leven), moeilijk doorheen levenscrisissen geraken of een chronische ontevredenheid met het eigen leven ontwikkelen. Vormgeven aan ons leven doen we volgens bepaalde waarden en principes die ons kunnen helpen om het leven uit te bouwen dat we willen en waar we ons vrij en met voldoening in kunnen bewegen. Ook het stellen van (korte termijn en/of lange termijn) doelstellingen zijn ondersteunend in het ontwikkelen van een bevredigend leven.



Ontwikkelen van een gezonde relatie tot mezelf


Om zorg te kunnen dragen voor onszelf, moeten we onszelf eerst kennen, moeten we weten waarnaar we verlangen, wat ons drijft, wat we nodig hebben, wat ons afschrikt, waartegen we onszelf willen beschermen… Maar over welk zelf gaat het eigenlijk? We hebben geen ondeelbare identiteit, mooi samen te vatten in een vast setje kenmerken. Wie we zijn, is het resultaat van wat ons is voorgehouden, wat we hebben geleerd en afgeleerd, wat we hebben ontdekt, verloren en afgezworen, waarover we dromen en fantaseren,... Als we goed in ons vel zitten, dan is onze identiteit als een meerstemmig koor waarbij alle zelfaspecten, goed afgestemd, zich laten horen. Maar soms is er van samenzang geen sprake: verschillende zelfaspecten kunnen botsen, hetgeen ons een gevoel van verwarring of innerlijk conflict geeft. Of de samenhang kan volledig zoek zijn: één zelfaspect (vaak een kritisch, bestraffend of perfectionistisch stuk) domineert of onderdrukt andere stukken. Het in kaart brengen van de verschillende zelfaspecten en ervaren hoe ze zich tot elkaar verhouden, is nodig is om tot gezonde meerstemmigheid te komen.



Mijn lichaam als bondgenoot


We leven dagelijks in en met ons eigen lichaam. We kunnen ervoor kiezen om er op een respectvolle manier mee om te gaan, door te letten op ons eet- en drinkpatroon, voldoende rust én uitdaging, niet teveel stressvolle situaties opzoeken, voldoende lichaamsbeweging … Ons lichaam geeft ons heel vaak signalen waar we kunnen naar luisteren om ons gedrag aan te passen richting een meer gezonde levenswijze. Ons lichaam is niet alleen een fysiologische machine maar ook een organisme waar onze emoties plaatsvinden, waar we verdriet, pijn, boosheid, vreugde, liefde… kunnen voelen. Door contact te maken met ons lichaam krijgen we voeling met wat er in diepere lagen in ons lichaam leeft, met onze veerkracht, ons vermogen om onszelf te helpen, onze energiebronnen, de rustpunten in ons lichaam… Deze lichamelijke gewaarwordingen kunnen we bekijken als een bron van wijsheid en zelfhelende krachten. Focusing en mindfulness zijn methodieken die ons uitnodigen op een liefdevolle manier contact te maken met deze lichamelijke wijsheid. Zo krijgen we voeling met wat er in diepere lagen in ons lichaam leeft: onze veerkracht, ons vermogen om onszelf te helpen, onze energiebronnen, de ervaren rustpunten in ons lichaam… .



Groeien in relaties


Mensen zijn relatiewezens: het beeld van wie we zijn en wat anderen voor ons kunnen betekenen, krijgt vorm via onze relationele ervaringen. Hebben we anderen als veilig en voorspelbaar ervaren, dan helpt ons dit om een stabiel en samenhangend beeld op te bouwen van onszelf en de wereld. Hebben we ons begrepen en aanvaard gevoeld, dan legt dit de basis voor empathie en mildheid naar onszelf en anderen toe. Het zorgt ook voor een juiste balans tussen de twee fundamentele behoeften die ons doen en laten sturen: het verlangen naar verbinding met anderen en de behoefte om op eigen benen te staan en het leven op een zelfstandige manier vorm te geven.

Soms lopen mensen kwetsuren op in vroegere relaties, waardoor zij zich gaan pantseren in latere contacten: ze klampen zich vast aan anderen, ten koste van hun eigenheid of ze zetten eenzijdig in op autonomie en zelfredzaamheid. Ons bewust worden van wat zich precies afspeelt in relaties met anderen, is een eerste belangrijke stap om los te komen van vastgeroeste relatiepatronen en meer vervullende verbindingen uit te proberen: respect voor grenzen, zichzelf durven zijn, open en kwetsbaar kunnen zijn, mogen verschillen.



Mijn emoties als kompas


Emoties vormen een cruciaal kompas: ze geven kleur aan ons bestaan, ze onthullen wat voor ons aangenaam, spannend, gevaarlijk, pijnlijk of ontregelend is. Ze helpen ons ook om snel en doelgericht het juiste te doen: toenadering zoeken, uitdagingen aangaan, vluchten, grenzen stellen, rust zoeken ... Maar soms hebben we niet geleerd om dit kompas adequaat te gebruiken, waardoor onze emoties ontregeld geraken. De intensiteit is te heftig, waardoor we overspoeld geraken. Of we hebben de gewoonte gekweekt om lastige emoties te vermijden. Op termijn verwijdert dit ons van onszelf en van anderen. Emoties kunnen ook gestold geraken, waardoor steeds dezelfde oude pijn, kwaadheid, verdriet komen opduiken, ongeacht de situatie. Ze zijn dan niet langer een kompas, maar een stoorzender. Ons emotioneel kompas leren gebruiken, opnieuw verbinding leren maken met het volledig palet van emoties, helpt om te (her)ontdekken wat echt belangrijk is en te doen wat nodig is.



Therapie doen werken


Psychotherapie is in de eerste plaats een ontmoeting tussen een cliënt die zorgen heeft en hulp zoekt en een therapeut die de eigen competentie beschikbaar stelt om samen antwoorden te zoeken en te vinden. Ook het verkennen van het levensverhaal van de cliënt, het durven bekijken van ongelezen of moeilijke hoofdstukken en het schrijven aan een vervolgverhaal, maken deel uit van therapie. Mensen ontwikkelen in hun leven heel verschillende manieren om hun levensmoeilijkheden te hanteren. Tijdens het therapeutisch avontuur worden vertrouwde copingstijlen uitgedaagd die soms tekortschieten of verdere groei tegenhouden. Dit alles speelt zich af binnen de veiligheid van de therapeutische relatie. Net zoals in andere relaties is het ook hier werken aan een optimale afstemming en emotionele klik. Kwetsbare en beladen thema's delen is geen makkelijke klus. Sommige cliënten hebben de neiging om de moeilijkste thema’s te vermijden (heel expliciet of subtiel) waardoor het therapeutisch proces niet zijn volle werk kan doen. Wie erin slaagt om zijn belevingswereld meer te openen zal ook meer het weldoende effect van therapie kunnen ervaren. Of wie het risico neemt om in zijn gedrag of omgeving eerder hinderende elementen aan te passen geeft zichzelf ook meer kansen op vooruitgang. De motivatie van de cliënt om te (durven) veranderen en het gevoel dat men de therapie en het eigen leven in handen kan nemen, zijn erg ondersteunend voor het veranderingsproces.



In een volgende blog zullen we de resultaten brengen van een grootschalige bevraging (bij therapeuten én cliënten) rond deze universele processen. Er wordt gepolst naar de herkenbaarheid van de zes hogergenoemde universele processen in de klinische praktijk, naar de zinvolheid van het uitwerken van een online zelfhulp voor deze processen, naar de manieren waarop dat kan gebeuren en naar de toegevoegde waarde en de eventuele valkuilen ervan.


Wil je graag deelnemen aan de online bevraging? Klik dan op deze link.


Morris, L. & Mansell, W. (2018). A systematic review of the relationship between rigidity/flexibility and transdiagnostic cognitive and behavioral processes that maintain psychopathology. Journal of Experimental Psychology, July, 1 – 40.


Claes, L., Baetens, I., Cuypers, T., Schittekatte, M., Schotte, C., Vandekerckhove, M., ... De Raedt, R. (2016). Research Domain Criteria (RDoC) Naast een categoriale ook een dimensionele transdiagnostische benadering van psychopathologie: een uitdaging voor de nieuwe Interuniversitaire Permanente Vorming Klinische Psychodiagnostiek, optie volwassenen. Tijdschrift Klinische Psychologie, 46(4), 246-252. [46, 4].


Krueger, R.F. & Eaton, N.R. (2015). "Transdiagnostic factors of mental disorders” in World Psychiatry 14:1.


Stinckens, N. (2020). https://www.qit.online/post/blended-hulp-wordt-het-nieuwe-normaal-dankzij-de-coronacrisis?lang=nl


Bocklandt, P. (2017). https://sociaal.net/achtergrond/blended-hulp-wordt-het-nieuwe-normaal/