Therapie en technologie: Nieuwe ronde, nieuwe kansen?

Nele Stinckens


In het Tijdschrift Persoonsgerichte Experiëntiële Psychotherapie verscheen recent een themanummer over online therapeutisch werken. De bedoeling van de redactie was om reflecties en inzichten te verzamelen over de ervaringen die hulpverleners het afgelopen jaar noodgedwongen hebben opgedaan in het werken met cliënten. Het reflecteren op alle ervaringsfacetten, positieve én negatieve, helpt om zowel op individueel als collectief niveau verder te ontwikkelen en de krijtlijnen uit te tekenen voor de therapie van de toekomst.


Claude Missiaen en ikzelf werden voor dit themanummer geïnterviewd over de mogelijkheden en uitdagingen van blended hulpverlening in de geestelijke gezondheidszorg (Schaafsma & Bakker, 2021). Blended werken beschouwen wij niet als een tijdelijk gegeven in tijden van Corona. Wij zien het als het nieuwe normaal, waarbij de term ‘blended’ op termijn wellicht zal verdwijnen; elke therapie zal dan automatisch het blended werk omvatten. Door de maatschappelijke realiteit - met een toenemende vraag naar psychische hulp en meer aandacht voor mentaal welzijn – kunnen we niet blijven vasthouden aan psychotherapie zoals we dat nu al decennialang geven, in de vorm van per uur een face-to-face sessie.


Maar ook cliënten stimuleren ons om de invulling en organisatie van psychische zorg te herdenken. Cliënten willen meer eigenaar en regiehouder worden van het eigen herstelproces, zij gaan zelf op zoek naar een voor hen geschikte combinatie van face-to-face contact en digitale middelen. In de haalbaarheidsstudie die we enkele jaren geleden uitvoerden, kwam dit al tot uiting: cliënten bleken meer ontvankelijk dan therapeuten voor de mogelijkheden van blended therapie. Ook in de focusgroepen die we dit jaar organiseerden in het kader van het Smarthub innovatieproject werd dit bevestigd: cliënten toonden een grotere interesse en bleken op eigen houtje al veel gepionierd te hebben met online zelfhulp. Het liefst zouden zij dit echter in samenspraak met hun therapeut doen, die hen als een soort poortwachter richting kwaliteitsvolle en geschikte digitale tools gidst, afgestemd op hun proces.


Betekent dit dat onze kernwaarden die we koesteren op de schop moeten? We zijn overtuigd van niet. De therapeutische relatie kan óók bij blended werken voorop blijven staan. Technologie kan de persoonlijke relatie ondersteunen, maar niet vervangen. Het therapieproces blijft de leading lady bij de inzet van e-health: de therapeut dient op elk moment een accurate procesinschatting te maken of en wanneer online zelfhulp aangewezen kan zijn. In lijn met het persoonsgerichte denken kunnen cliënten in een blended benadering nog meer uitgesproken in hun kracht gezet worden gezet en in hun zelfwerkzaamheid gestimuleerd worden. Diverse onderzoeken toonden overtuigend aan dat vruchtbare veranderingsprocessen pas echt tot volle bloei komen als cliënten door hun therapeut erkend worden als active agent in het therapeutisch avontuur.


We merken dat angst en onbekendheid met het blended werken bij sommige therapeuten tot een ‘hakken in het zand’-houding leidt. Een gemiste kans, zo vinden wij, om proactief te onderzoeken hoe nieuwe werkvormen ons vertrouwde ambacht kunnen verrijken en versterken, zonder onze identiteit te verloochenen. Het vergt moed van ons, therapeuten, om ons telkens opnieuw te laten uitdagen. Het vraagt durf om gewoontes en vastomlijnde ideeën over hoe therapie te bedrijven los te laten. Net zoals we cliënten vragen om open en nieuwsgierig te zijn en open te staan voor veranderingen in henzelf, willen we therapeuten aanmoedigen om hetzelfde te doen naar de evoluties in hun werkveld: practice what you preach.



Schaafsma, G. & Bakker, M. (2021). Therapie en technologie: Nieuwe ronde, nieuwe kansen? Een interview met Nele Stinckens & Claude Missiaen. Tijdschrift Persoonsgerichte Experiëntiële Psychotherapie, 59(3), 177-181.

We are happy to welcome you in the QIT community